Plaatsing
Vegetatie
contacteer De Boer green roof solutions
Klimaatcondities
Om tot een goed resultaat te komen moet je rekening houden met de lokale klimatologische condities en moet je de vegetatie aanpassen aan de:
- windrichting
- mogelijke droogteperiodes
- mogelijke vorstperiodes (met/zonder sneeuw)
- mogelijke luchtvervuiling
- blootstelling aan zon
- regenval (periode en intensiteit)
Groendaksysteem
De keuze voor het type bepaalt welke drainage, substraatlaag en vegetatie inaanmerking komt.
Plantkeuze
De keuze van de planten hangt af van het gekozen groendaksysteem en de heersende klimaatcondities. Bij voorkeur wordt gekozen voor locale vegetatie.
- Extensief : planten met beperkt onderhoud en een goede weerstand tegen hitte, wind en droogte.
- Intensief : nagenoeg alle planten in functie van substraattype en dikte irrigatie
- Zeker bij intensieve begroening voorziet men best een waterirrigatiesysteem.
Plantmethode
De bepaling van de plantmethode kiest men in functie van het gewenste resultaat en de periode.
Onderhoud
Het onderhoud beperkt dit zich tot de volgende types :
- Plaatsingsonderhoud : tot één jaar ná plaatsing
- Ontwikkelingsonderhoud : tot volledige bedekking van de vegetatie
- Inspectieonderhoud : 1 à 2 maal per jaar
contacteer De Boer green roof solutions
terug naar boven
Veiligheid
Valbeveiliging
Tijdens de plaatsing en het onderhoud dienen de geldende veiligheidsrichtlijnen in acht te worden genomen. Het aanbrengen van een vast hekwerk aan de dakranden of een aangelijnd systeem is daarom noodzakelijk.
Toegang
Het dak moet bereikbaar zijn op een veilige manier.
Brand
Correct uitgevoerde en juist onderhouden groendaken zijn vliegvuur- en radiatiebestendig. Alle dakonderbrekingen dienen vrij te blijven van vegetatie over een breedte van 500 mm. Elke 40 m dient een brandgang voorzien te worden van 1 m breed en 300 mm diep.
terug naar boven
Klassieke dakopbouw groendak
Vegetatie
Plantenkeuze in functie van het gekozen groendaksysteem.
Substraat
- Beschikt over de juiste fysische, chemische en biologische bestanddelen noodzakelijk voor de groei van de gekozen vegetatie.
- Moet een zekere stabiliteit bezitten.
- Moet voldoende poreus zijn om de juiste waterhuishouding te kunnen verzekeren voor de vegetatie (waterretentie/waterafvoer).
- Moet voldoende lucht open zijn, ook in volledig verzadigde toestand.
- Moet een laag gewicht hebben.
- Moet het geschikte type en de dikte bezitten in functie van de gekozen vegetatie.
Filterlaag
Beschermt de drainagelaag van “inwassing” van fijne zanddeeltjes en substraatdeeltjes wat zou kunnen leiden tot verstoring van de waterafvoer.
Drainagelaag
- Zorgt voor de afvoer van overtollig water naar de hemelwaterafvoeren.
- Fungeert als een “reservoir”.
- Dient als beschermlaag voor de onderliggende wortelwerende dichtingslaag.
Beschermende/vochthoudende laag
- Geeft extra bescherming aan het wortelwerend waterdichtingsmembraan wat vooral aangewezen is bij intensieve groendaken.
- Is geschikt als scheidinglaag wanneer het juiste product wordt gekozen.
- Houdt vocht en voedingsstoffen vast.
Waterdicht en wortelwerend membraan
Thermische isolatie
- Warm dak : onder de waterdichting
- Omkeerdak : op de waterdichting
- Voldoende drukvast voor permanente belasting van het groendak
Dampscherm
In functie van gebruikte isolatie en enkel bij een warm dak.
Dakstructuur
Voldoende draagkracht in functie van de te verwachten, permanente belasting.
contacteer De Boer green roof solutions
terug naar boven