Plaatsing groendaken

Een groendak kiezen

Een groendak kiezen is afhankelijk van drie basisfactoren: fysische, budgettaire en onderhoudstechnische mogelijkheden.
We staan u graag bij om de volgende vragen te beantwoorden:

  • Hoeveel extra gewicht kan uw dakstructuur dragen?
  • Welk budget moet u uittrekken voor een groendak van topkwaliteit?
  • Hoe verloopt het onderhoud van het groendak dat u voor ogen hebt?

Hebt u de antwoorden op de basisvragen duidelijk op papier, dan onderzoeken we samen met u meer specifieke vragen:

  • Als de draagstructuur het toelaat, moet het groendak dan beloopbaar zijn?
    Het antwoord op die vraag beïnvloedt het totaalplaatje. Denk er goed over na, want het is een blijvende keuze.
  • Welke planten zijn het best geschikt?
    De draagstructuur en het gewenste onderhoudsniveau bepalen mee de plantenkeuze. Sedums bijvoorbeeld zijn onderhoudsvriendelijk. Vaste planten en een gazon daarentegen vragen een intensiever onderhoud. Denk maar aan bemesting, irrigatie en snoeiwerk.

    We raden planten met een agressief wortelstelsel (bijvoorbeeld bamboe) niet aan op een groendak. Kies liever voor planten met een trage groei. (‘Hoge bomen’ vangen veel wind, planten met bladverlies remmen de groei van de onderliggende vegetatie af en kunnen de kanalen voor waterafvoer blokkeren).
  • Welke helling moet uw dak hebben?
    Platte daken vragen een helling van minstens 2 %. Hellende daken kunnen worden begroend tot een hellingsgraad van 35° als ze naar het noorden, westen en oosten gericht zijn en tot 20° naar het zuiden.
  • Wat is de beste oriëntatie en locatie van uw dak?
    Wilt u een groendak de kans geven zich goed te ontwikkelen, dan moet het ‘s zomers minstens 3 uur zonneschijn hebben. De schaduw van omliggende gebouwen en de weerkaatsing van glas hebben een negatieve invloed op de ontwikkeling van de vegetatie. Ook kan wind de groei afremmen.

    De gebruikte vegetatie bestaat in de meeste gevallen hoofdzakelijk uit sedums en mossen. De door ons gebruikte sedumsoorten zijn specifiek gekweekt voor het gebruik op daken. Ze worden volgens de strengste normen van FLL geselecteerd.

    Wilt u iets bijzonders? Bijvoorbeeld siergrassen, vaste planten of zelfs boomsoorten?
    Vraag het ons : De Boer Green Roof Solutions put uit een rijke ervaring en verrast u graag met creatieve oplossingen.

contacteer De Boer green roof solutions

terug naar boven

Methodes en technieken

Of je nu een gewone tuin aanlegt of een groendak, de methodes en technieken blijven dezelfde.
De meest voor de hand liggende zijn:

Spontane of natuurlijke kolonisatie
De goedkoopste manier om een vegetatielaag aan te brengen is om ze gewoon spontaan te laten groeien. Nadeel is dat het lang duurt voor ze zich ontwikkelt en dat het resultaat niet te voorspellen is. Vooral bij de ontwikkeling van ‘biodiversiteitsdaken’ wordt voor deze techniek gekozen. De vegetatie bestaat meestal uit verschillende types van planten die door de wind verspreid worden, bijvoorbeeld (korst)mossen, wilde bloemen, (on)kruiden, enzovoort.

Planten
Bij intensieve groendaken worden planten gebruikt zodat men sneller een ‘volgroeide’ tuin krijgt. Deze werkwijze is duurder en wordt bijgevolg weinig toegepast voor extensieve groendaken. De ontwikkelingstijd van sedum en kruidendaken duurt al snel zo’n een à twee jaar en de graad van bedekking hangt af het aantal planten. In vergelijking met andere technieken geeft deze techniek het mooiste resultaat.
Per vierkante meter heb je zo’n 15 à 20 stuks nodig. Tijd 5-7 min/m2 De beste periodes zijn de lente of de herfst. De ideale maanden zijn mei en juni.

Zaaien
Vooral bij eenvoudige intensieve (grassen en kruiden) en extensieve groendaken doet deze techniek het goed. Voor echt intensieve groendaken is hij minder geschikt. De gewenste dekking van 95% verkrijgen, duurt zo’n twee à drie jaar vanaf de datum van inzaaien.

Op de spontane begroeiing na, is zaaien de goedkoopste manier. Het kan op volgende manieren gebeuren :

  • Droog zaaien :
    • Manuele/machinale toepassing
    • Alleen mogelijk bij zwaardere zaden (gevaar van erosie voor lichtere zaden:kunnen wegspoelen of –waaien)
  • Nat zaaien (hydroseeding) :
    • Toepassing met sproeipistool en compressor
    • Vermenging met kleefstof (cellulose of kunststoffen)met verminderd risico op erosie
    • Gelijkmatiger verspreiding
    • Sneller
    • Grotere oppervlaktes
Stekken
  • Vermeerdering door het gebruik van levende plantendelen
  • Afgesneden scheuten worden ingezaaid
  • Beperkte houdbaarheid na het stekken
  • Ontwikkelingstijd gelijk aan zaaien
  • Goedkoper dan planten
  • Aantal : ± 150 g/m2
  • Tijd : 3-5 min/m2
  • Periode : april-juni & september-oktober

Vegetatiematten
Vegetatiematten zijn voorgekweekte matten die bestaan uit planten (mos-sedum/sedum-kruiden/kruiden-gras), substraat en een netwerk van kunststof of kokosdraden.
Ze zorgen voor een snel resultaat en fungeren dankzij hun driedimensionale structuur als erosiebescherming,bijvoorbeeld op hellende daken.
Deze oplossing is weliswaar de duurste van alle technieken.

Afhankelijk van de techniek verschilt de meest geschikte periode voor het aanbrengen van begroening.s
De meest aangewezen periode voor het aanbrengen van begroening is :

  • Zaaien : tussen eind april en eind september
  • Planten : tussen maart en oktober (enkel met blote wortel)
  • Vegetatiematten : het hele jaar door

Natuurlijk spelen ook de klimatologische omstandigheden (warmte, droogte) een rol.
Vooral in juli en augustus kan het nodig zijn omwille van de warmte en droogte debegroening extra te beschermen.De levensduur van een groendak is naast de kwaliteit van de gekozen materialen en het noodzakelijk onderhoud ook afhankelijk van een goed ontwerp en een correcte opbouw.
Installatie periodes zijn verschillend naargelang de klimaatzones. Vraag hiervoor raad aan een lokale specialist.

contacteer De Boer green roof solutions

terug naar boven


De installatie van een groendak

De installatie van een groendak verloopt in verschillende stappen. Hieronder een kort overzicht.

1. Voorbereiding

Tijdens deze fase worden een aantal voorbereidende werken uitgevoerd op de reeds aangebrachte wortelwerende waterdichting.
Opmerking : de wortelwerende dichting dient verticaal te worden aangebracht tot boven het substraat niveau. Van zodra de waterdichte/wortelwerende dichtingslaag werd aangebracht kan deze zone niet meer worden gebruikt als werkvloer.

Tot deze voorbereidende fase behoren de volgende activiteiten:

  • Het dakvlak volledig reinigen
  • Het membraan visueel inspecteren
  • Infiltraties controleren en een watertest (24 h) uitvoeren
  • Eventuele gebreken herstellen
  • Het opleveringsdocument van dakdichtingswerken ondertekenen
  • Extra bescherming aanbrengen waar zware belasting te verwachten is (paletten,…)
  • Afvoeren en uitzettingsvoegen aanduiden
  • Inspectiekamers boven afvoeren plaatsen
  • Veiligheidsmaatregelen tijdens uitvoering in acht nemen

2. Aanbrengen van de drainage & filterlaag

De drainage dient als één doorlopende laag te worden geplaatst. Afhankelijk van het type drainage worden de naden overlappend geplaatst, vastgeklemd of gewoonweg tegen elkaar geplaatst.
Rond de dakdoorbrekingen dient deze laag op maat te worden geknipt en zo goed mogelijk aan te sluiten. De drainagemat wordt horizontaal afgesneden en dus niet verticaal opgezet.

3. Aanbrengen van betegeling en / of grind

Eventuele betegeling (voor wandelpaden) en grind (voor vegetatievrije zones rondom dakdoorbrekingen en dakranden) dienen te worden aangebracht vóór het substraat wordt geplaatst.
Indien een permanente irrigatie voorzien wordt, moet deze eveneens worden geplaatst.

4. Aanbrengen van het substraat

Het substraat kan worden aangebracht op verschillende manieren :

  • in zakken (20-25 kg)
  • in big bags (1 m³)
  • in bulk (25 m³)

Aanvoer op het dak kan gebeuren door middel van een kraan of pompinstallatie.
De verpakking en aanvoermethode is afhankelijk van de grootte en de bereikbaarheid van het dak.

  • 4 cm substraat = 2 zakken/m²
  • 6 cm substraat = 3 zakken/m²
  • 4 cm substraat = 25 m²/bigbag
  • 6 cm substraat = 16,5 m²/bigbag

Vanaf 500 m² dakoppervlak wordt het interessant het substraat in bulk aan te voeren en het te plaatsen met een compressor en pomp.
Opmerking : om opvliegen te voorkomen dient bij wind het substraat aangebracht te worden naarmate de plaatsing van de drainagemat vordert.

5. Aanbrengen van de vegetatie

Tijdens deze fase wordt de vegetatie aangebracht.

Vegetatievrije zones

Rondom de dakdetailleringen raden wij aan een vegetatievrije zone (breedte 300 mm) aan te brengen. Dit ter hoogte alle dakdoorbrekingen, hemelwaterafvoeren, verluchtingen, gevels, dakranden,….
Een vegetatievrije zone kan onder de vorm van grind en/of tegels zijn.
Redenen hiervoor zijn :

  • Rondom de hemelwaterafvoeren dient de drainerende functie zo hoog mogelijk te zijn. Gerolde en gewassen grind heeft een zeer goede drainerende functie.
  • In de rand en de hoekzones is er hierdoor een betere weerstand tegen windbelasting.
  • In de meest kritische zones (dakdetailleringen) is er een betere controle en eventuele herstelmogelijkheid van het daksysteem.
  • De vereiste 150 mm opstandhoogte, door het gebruik van grindstroken, kan makkelijker worden bekomen.
  • Vegetatievrije zones kunnen eventueel dienstdoen als looppad en/of vluchtweg.
  • Ter hoogte van de gevels geeft dit een betere bescherming tegen opspattend water en bijhorende vervuiling.
  • Geeft een verbetering naar brandveiligheid toe (vliegvuur + radiatie).

Opstandhoogte

De hoogte tussen de opstand en het afgewerkt groendak dient minimaal 150 mm te zijn.
Detailleringen dienen te gebeuren door middel van haakse uitvoeringen, dit om eventuele beschadigingen zoveel mogelijk te beperken.

Hemelwaterafvoeren

Hemelwaterafvoeren moeten altijd toegankelijk zijn. De nodige maatregelen dienen te worden genomen om verstoppingen te voorkomen :

  • Extensieve en eenvoudig intensieve groendaken d.m.v. (bol)rooster gecombineerd met een vegetatievrije zone.
  • Intensieve groendaken d.m.v. een inspectiekamersysteem boven de hemelwaterafvoer.
  • Het gebruik van “volvulsystemen” (bv. Geberit) raden wij af. Deze systemen zijn gevoelig voor vervuiling, hetgeen bij groendaken een verhoogd risico met zich meebrengt. Bij groendaken werkt het “volvulsysteem” niet, m.a.w. het vacuüm trekken van de afvoeren gebeurd niet door het vertragen van de regenwaterafvloei van het groendak.

Wandelpaden dienen boven de drainage aangebracht te worden.

terug naar boven

vorige: Opbouw volgende: Onderhoud

terug naar boven